KAMPIOENSCHAP
De eerste manche voor de Support Class werd al verreden op zaterdagochtend, met meteen S. Veldman - K. van de Berg op kop die hun positie de rest van de race niet meer zouden afstaan. P. Beunk –H. van de Wiel lagen aanvankelijk tweede, voor W. Derksen en S. van Dommelen. Dit drietal sloeg meteen een kloof. Jens Mans-Yari Ceulemans waren onze beste landgenoten op plek zes. Iets over halfkoers stootte Winston Derksen door naar plek twee en wist in de slotronde zelfs nog het gat bijna volledig te dichten op winnaars Veldman-vd Berg. ‘Oudjes’ Peter Beunk en Henry van de Wiel werden eervol derde, voor Brusselers-van Houts en Jens Mans-Yari Ceulemans die op plek vijf de beste Belgen in de race waren.
Op zondagvoormiddag werd de tweede manche verreden, en weer waren het eldman en van den Berg die een maatje te groot waren voor de rest.
Om vier uur, en met intussen geregeld wat wolken die de felle zonnestralen tegen hielden, lieten Vanluchene en van den Bogaart zich niet meer verrassen bij de start, en pakten meteen de koppositie, gevolgd door Prümmer-Schneider, Hermans-Rietman, de Lielbardis-boys en Veldman-Lebreton. Leferink was vanaf startrij twee al na één ronde door gestoten naar plaats zes.
Vanluchene-van den Bogaart haalden direct alles uit de kast , en hadden na tien minuten al een goeie tien seconden voorsprong op Lielbardis die ondertussen Tim Prümmer van plek twee had verstoten. Even verder bikkelden Veldman en Leferink om plek vier. Hermans & Rietman waren tegen dan terug gezakt naar zes, en dat zou de daaropvolgende ronden alleen maar erger worden.
Iets over halfkoers waren de bijzonderste teerlingen gegooid : Vanluchene en van den Bogaart reden onbedreigd en controlerend aan de leiding, de broers Lielbardis reden al even onbedreigd op plek twee.
Met Vanluchene-van den Bogaart als – voorlopig – nieuwe WK-leiders ging om één uur vanmiddag de openingsmanche van de Belgian Grand Prix van start. ’s Nachts rond twee uur had een heftig stormachtig onweer lelijk huis gehouden op het rennerspark. Iedereen probeerde in het holst van de nacht te redden wat er te redden viel, maar desondanks zagen toch heel veel rijders hun voortent of luifel instorten of weg waaien. Er hing dan ook een deprimerend sfeertje op zondagochtend in de paddock. Toch was het kort na de middag terug business as usual en stelden de WK-rijders zich op aan het starthek. Vanluchene-vd Bogaart leken langs de binnenzijde de kopstart te pakken, maar het was verrassend ouwe vos Daniël Willemsen die buitenom rond gans het pak heen draaide en als leider de eerste bocht uitkwam. Vanluchene moest ruim een ronde lang zand happen alvorens hij Willemsen en Susebeek van de koppositie kon verdrijven. De Lielbardis-broers en Prümmer-Schneider volgden alras zijn voorbeeld.
Onder tropische omstandigheden hadden zich gisteren 30 teams aangemeld voor de kwalificaties van de Belgische Grand Prix, die vandaag werden verreden in een verzengende hitte. Met temperaturen die ruim de vijfendertig graden overschreden, werd zelfs het tijdschema aangepast , zodat tegen half vier - het warmtepiekmoment van de dag - alles achter de rug was. Onder de deelnemers zeven equipes met Belgische inbreng,
In groep A namen Prümmer-Schneider resoluut de kopstart, gevolgd door D. Willemsen-W. Susebeek , Hermans-Rietman, Lielbardis, Kops en Veldman. Na een paar ronden schoven Hermans-Rietman door naar twee met de Lielbardis-boys vlak achter hen op plek drie. Daarachter kon Willemsen nog tot halfkoers met succes zijn vierde plek verdedigen, tot Veldman en Lebreton het welletjes vonden en de tienvoudige wereldkampioen passeerden.
Terwijl de solorijders komend weekend aan de slag zijn in het Portugese Agueda, waar de Coenen-broers hun leidersposities verdedigen in MX2 en MX GP, kunnen Marvin Vanluchene en Ben van den Bogaart in Lommel Belgische motorcross geschiedenis schrijven. Want Als – inderdaad met een hoofdletter – Vanluchene en van den Bogaart er zondag in slagen om de WK-leiding over te nemen van de Franse Prunier-broers, dan zit de kans er dik in dat België op zondagavond de leiding in handen heeft in alle drie de motorcross-klassen : De Coenen-boys in MX2 en MX GP, Vanluchene-van den Bogaart bij de sidecars. Nooit eerder vertoond in onze Belgische motorcross-geschiedenis. En we twijfelen er zelfs aan of ooit een ander land er in geslaagd is om tegelijk de WK-leiding in alle drie klassen te grijpen ! Voer voor de historici en statistici onder ons.
Als Vanluchene en van den Bogaart komende zondag ook daadwerkelijk de WK-leiding kunnen overnemen, hangt natuurlijk grotendeels van henzelf af. En van de huidige WK-leiders, de broers Prunier, die vooralsnog een marge van drie punten hebben op de Belgen.
Na drie opeenvolgende WK-wedstrijden , kregen de internationale zijspancrossers afgelopen weekend een weekendje rust. Alhoewel, wat betekent rust, als je in eigen land een nationale kampioenswedstrijd hebt af te werken ?
Op zaterdag al werd er in het Letse Aloja voor de tweede keer dit jaar, om de kampioenschapspunten gestreden. Co-piloot Bruno Lielbardis was , na een blindedarmoperatie, aan zijn wederoptreden toe aan de zijde van broer Daniels. Dat leverde in de openingsheat een overtuigende zege op, doch in de herneming gooide een afgebroken achtertandwiel al na één ronde roet in het eten. Een nationale titel zit er voor de broers, na de desastreuze openingsproef een goeie maand geleden, dan ook opnieuw niet in dit jaar.
De broers Jegorovs wonnen (4+1) , de Ests-Letse tandem Normak-Dukulis (3+2) werd tweede, good old Maris Rupeiks en Kaspars Liepins (2+3) werden derde.
Ook in Engeland werd op zaterdag geraced. Vlakbij Henley on Thames, ietsje ten noorden van Reading , wonnen B. Wilkinson en J. Millard vlotjes de beide manches. George Kinge-Ryan Humphrey en Stuart Brown-Jack Wilkinson verdeelden de tweed eplaatsen in de manches. In het dagklassement was plek twee voor Kinge, en mocht Stuart Brown als derde mee naar de huldiging. Er verschenen eenentwintig equipes aan de start.
Het gerucht deed al enkele weken de ronde, en is nu ook definitief bevestigd . De Grand Prix van Nederland , voorzien op 12 en 13 september in Heerde, wordt - nu officieel - vervangen door Varsseveld, waar het gekende zandcircuit de Vennebulten the place to be wordt. Zo wordt het aantal Grand Prix in 2026 toch terug op het oorspronkelijke voorziene aantal van twaalf gebracht, en beginnen we binnen twee weken officieel aan de tweede seizoenshelft. Varsseveld wordt op die manier de voorlaatste WK-wedstrijd van het seizoen 2026, waarna , een week later, enkel nog de finale volgt in het Duitse Rudersberg.
Het is hoogconjunctuur bij MCLB voor wat betreft de sidecars categorie. Met ruim dertig zijspannen op zaterdag voor de vrijetijds wedstrijden, en tweeëndertig starters voor de reguliere MCLB-competitie op zondag, was Tielt afgelopen weekend, waar ook een flink pak volk kwam opdagen, een schot in de roos.
Op zaterdag wonnen Yens en zijn zus Inès Delmotte, de beide manches in de categorie ‘gemengde teams’, voor vader en dochter Degeldere en Claude Maertens-Ginny Gillis. Kendric en Lowie van Gembergen, Jolien Ryckaert-Femke Bruynooghe en Kenny van de Plas-Kjento Spannenburg waren de overige winnaars.
Op zondag kreeg het uitgebreide MCLB-peloton het gezelschap van backflip-fenomeen Jason Van Daele, die werd geassisteerd door Steve de Schacht.
Onder het motto ‘beter toch een wedstrijd, dan helemaal geen wedstrijd’ waren de Nederlandse MON zijspancrossers zaterdag te gast in het Belgische Lille, tussen Herentals en Turnhout op en rond het gekende trainingscircuit de Breugelheide. Tussen de eenentwintig deelnemers ook enkele Belgen, die konden deelnemen met een daglicentie, en een piepjong Tsjechisch duo dat in Nederland geregeld zandervaring komt opdoen. De Nationalen en Inters Sidecars reden elk afzonderlijk hun wedstrijden, en dat was – gezien de zwaarte van het circuit – geen overbodige luxe. De wedstrijd vond plaats in het nevenprogramma van de jeugdwedstrijden en de oldtimerklassen, zodat het een bijzonder drukke dag werd in Lille.
Voor de tweede en beslissende manche van de dag was de hemel boven Karksi Nuia helemaal opgeklaard, en konden de rijders onder een lekker zonnetje aan de slag. Opnieuw waren het Lielbardis en Kunnas die als eersten in de eerste bocht arriveerden, maar dit keer lieten ze zich binnendoor niet meer verrassen door Vanluchene-van den Bogaart, die braafjes als tweede moesten volgen in het spoor van de Lets-Finse leiders. Met LEferink op drie, Hermans op vier en daarachter Prümmer en Wilkinson kregen we meteen een selecte kopgroep. Daniël Willemsen, als zevende eveneens goed gestart, moest algauw een kloof laten. Achter de tienvoudige wereldkampioen volgden o.a. nog Normak, Sanders en Prunier.
Vooraan werden Vanluchene en vd Bogaart eerst een ronde of drie gezandstraald door koploper Lielbardis, tot de Belgen het welletjes vonden, en in rinde vier de koppositie overnamen. Lielbardis moest op plek twee koplopers Vanluchene laten gaan, en werd algauw zelf op de hielen gezeten door Leferink, Prümmer en Wilkinson.















Henry van de Wiel (60) - 27/08/1966
Bertram Martin (58) - 26/08/1968
Sven Verbrugge (3 x worldchampion) (59) - 21/08/1967
Craig Parmentier (41) - 22/08/1985
Luc Rostingt (38) - 24/08/1988
Tomas Baltusis (48) - 22/08/1978
Tonis Tuul (42) - 22/08/1984
Hansi Bachtold world champion 1984 - 85 - 86 - 87 (71) - 21/08/1955
Gerhard Nabbe (69) - 24/08/1957
29/08/2026 Kaplice (Tsjech. kamp.) (Andere)



